En toen, stond ik mijn plaats af op de tram. Ik was gelukkig…

Het is misschien een hele stomme titel. Maar eigenlijk was het gewoon zo. Ik kwam vrijdag thuis van mijn kot uit Mechelen en was dus onderweg naar Merksem. Het treintraject is echt te doen. Dat is meestal ontspannen reizen met een paar klasgenoten die ook die richting uit moeten. Het tram-gedeelte nadien is het stuk dat ik haat…

In volle spits zijn die trammen volgepakt met allemaal vermoeide mensen die ofwel van school, ofwel van hun werk komen en maar één ding willen: “zo snel mogelijk naar huis”.

Het hatelijkste bij die hatelijke gebeurtenis gebeurt wanneer je merkt dat je op een OUDE tram moet stappen… Lees als: al gedateerd in de jaren 70. Klein, vochtig en oud… om van de Oud-Nederlandse boodschappen nog maar te zwijgen:”Talmt niet wanneer u uitstapt.” Ja, zo’n trams rijden er nog rond in Antwerpen….

Ik kan niet tegen veel drukte en ik weet dat ik daar niet alleen in ben… maar ik neem wel altijd met respect de tram. Ik laat mensen eerst uitstappen voor ik instap en ik sta mijn plaats in de tram af aan ouderen of mensen die moeilijk te been zijn… Mijn hart brak toen ik een oud dametje op de tram zag stappen die wanhopig op zoek was naar een plek om te zitten… Helaas waren alle mogelijke zitplaatsen opgeëist door scholieren die twee haltes ver moesten en het duidelijk te ver vonden om te blijven staan… Elke keer er een plaats vrijkwam, maakte het dametje aanstalten om naar die plek te gaan en te gaan zitten, maar altijd sprong er net voor haar neus een scholier die ging zitten… Ik werd er zelf wanhopig van.

En toen nam ik het heft in eigen handen. Vanaf het moment dat er een plekje vrijkwam ben ik daar naartoe ‘gespurt’. Wie mij kent weet dat ‘gespurt’ best relatief is, maar in mijn ogen was het best snel. Ik heb mijn rugzak op die stoel gezet en het oude dametje gewenkt. Ik zei: “Mevrouw, komt u maar…”

Als je dan het gezicht van dat dametje breed ziet glimlachen en ze oprecht opgelucht is dat ze kan gaan zitten, dan krijg je echt een gelukzalig gevoel over je heen en besef je weer dat het hem echt in de kleine dingen zit….

Dus voor iedereen die eens een slechte dag heeft: sta eens een stoel af… Het maakt je instant gelukkig!

Advertenties

Wat deed ik vandaag in de studio van ‘The Voice van Vlaanderen’?

Jaja, ik liep deze avond dus rond op VTM. Net zoals deze zaterdag en zondag! Het hele weekend help ik mee op Medialaan, zoals het bedrijf achter VTM heet. Er komen maar liefst 5000 mensen op rondleiding doorheen de studio’s. En jawel, bibi zit mee in de crew voor de rondleiding in de studio van The Voice van Vlaanderen. Wat er precies gaat gebeuren die dag, kan ik niet verklappen. Beroepsgeheim, weet je wel! Hahaha 🙂 Ik kan je wel zeggen dat het superleuk wordt! Het ganse weekend bedien ik prompter (autocue) en servers. En misschien, als ik zin heb, word ik wel je host tijdens de rondleiding. Ik heb er alvast veel zin in. En als je geen tickets hebt voor zaterdag of zondag (want alles is uitverkocht), kan je hier toch stiekem een beetje kijken hoe het er achter de schermen uitziet! Tot op de set iedereen! 🙂

Greetz

Lien

Filmopnames op het Vlaams Parlement

Voor wie het nog niet wist, ik studeer dus Toegepaste Audiovisuele Communicatie aan de Thomas More Hogeschool. Ik leer dus televisie maken. Dus, nee: iedereen die mij ooit ‘bv in wording’ heeft genoemd, mag daar nu mee stoppen. Ik wil ACHTER de camera aan de slag, niet ervoor.

Voor school hebben we een externe opdracht in het Vlaams Parlement. Het Vlaams Parlement heeft ons gevraagd of we een bedrijfsvideo voor hen willen draaien. Wij als ijverige studenten doen dat dan ook! 🙂 In de galerij vind je wat setfotootjes, voor het uiteindelijke resultaat zul je nog moeten wachten tot 2016, maar nu hebben jullie in ieder geval al een idee! 🙂

De mazzel!

Lien

Waarom mijn arm er de komende 3 weken zo uitziet…

Eerst en vooral wil ik eerst even zeggen tegen iedereen dat ik niemand schrik wil aanjagen. Zo, nu jullie dat weten, kan ik even uitleggen wat er aan het handje is, of aan de arm in dit geval. Op 7 januari 2015 publiceerde StampMedia dit artikel van mij. “Bloed geven doet leven (en helemaal geen pijn)” staat er te lezen. Dat is ook zo, maar dat moet ik na mijn laatste bloeddonatie toch even nuanceren.

Ik ben ondertussen al meer dan een jaar bloeddonor, plasmadonor en bloedplaatjesdonor voor het Rode Kruis Vlaanderen. Ik zie het als een soort routine om 1 à 2 keer in de maand een halfuurtje aan een machientje te gaan hangen om wat plasma af te staan. Plasma en bloedplaatjes mag je immers om de 2 weken doneren terwijl vol bloed slechts om de 3 maanden mag. Zo’n donaties zijn routine en in België heel goed georganiseerd en veilig, maar dat wil niet zeggen dat er nooit eens wat fout loopt. Zo ook bij mij 2 weken geleden.

Het was een historisch moment eigenlijk. Het was mijn 5de plasmadonatie en dan krijg je steeds een geschenkje van het Rode Kruis. Nu ja, je krijgt dat pas de keer NA je 5de donatie. Zoals altijd is de prik het ergste moment, want wat de mensen ook mogen beweren: “ja, een prik doet pijn en nee dat went niet.” Voor alle mensen die nu een bubbeltje zien springen, sorry daarvoor :). Ik was 5 minuten aangeprikt en ik voelde al dat er wat mis was. Mijn toestel ging heel de tijd in alarm. Voor donor en verpleegkundige is dat het signaal dat de lijn, van de ader naar de machine (zie foto voor het toestel), niet goed zit. Op 20 minuten tijd is mijn machine 7 keer in alarm gegaan. Ik heb telkens zelf mijn lijn weer goed gestoken en ik weet niet of dat het beste idee was, maar de verpleegkundige was telkens aan de andere kant van de zaal en een beetje tikken tegen de lijn zorgt ervoor dat de machine weer even verder gaat.

Toen ik werd afgekoppeld bloedde de wonde heviger dan normaal. Ik heb compressen moeten bijvragen om het bloeden te stelpen. Dat was het tweede abnormale gegeven aan die 5de donatie. Ik voelde hem al komen. Nu ja, het bloed was gestelpt en  bibi ging naar huis, maar een dag later kon je toch een blauwe plek waarnemen op de plek waar geprikt was. “Geen probleem”, dacht ik. “Dat gebeurt zo vaak, waarschijnlijk gewoon wat verkeerd geprikt”.

In eerste instantie verdween de blauwe plek, dus ik was positief. Het probleem was echter de pijn, die werd steeds erger en begon uit te stralen over gans mijn arm. 7 dagen na mijn donatie heb ik toch maar even naar de dokter van het Bloedtransfusiecentrum gebeld en ik mocht dezelfde dag nog langskomen. De aardige dokter, dat moet gezegd worden, bevestigde dat er inderdaad door mijn ader was gestoken en niet erin. Een paar dagen wat van de beruchte ‘blauweplekkenzalf’ en dat gaat wel over…

Maar dat deed het dus niet. Naarmate er meer tijd verstreek, kreeg ik ook meer pijn. Het straalde ondertussen al uit over gans mijn arm. Vanmorgen had ik er genoeg van. 18 dagen na mijn donatie werd de pijn in mijn arm alleen maar erger. Ik belde dus opnieuw naar het Bloedtransfusiecentrum die me aanraadde naar mijn gebruikelijke huisarts te gaan, want men vermoedde een ‘flebitis’. De arts zou verzekeringspapieren opsturen in mail, want vanaf het moment dat een donor naar de huisarts moet als gevolg van een donatie, spreekt men eigenlijk van een ‘werkongeval’ en wordt alles dus geregeld via de verzekering.

Verzekeringspapieren in mijn mail, allemaal goed en wel, maar ik ben kotstudent in Mechelen en mijn huisarts is 30km verderop. Omdat het toch een verzekeringskwestie was, en ik mijn klevertjes van de mutualiteit ook niet bij me had, ben ik dus vanmiddag iets vroeger van school vertrokken om voor sluitingstijd nog bij mijn huisarts en de apotheker te geraken.

Verdict van mijn huisarts: “Acute oppervlakkige flebitis”, dat is medisch chinees voor een aderontsteking van één van de aders net onder de huid. Ontstaan door een bloeding omdat dus de naald niet in maar DOOR mijn ader zat, helaas… zéér ongelukkig, maar zeer pijnlijk. Mijn arm valt voorlopig niet te strekken, dat is redelijk degoutant, maar veel kan ik daar niet aan doen. Ik ben nu 3 weken gedoemd om elke dag ontstekingswerende zalf te smeren en een drukverband te dragen. Als je me dus tegenkomt één van de weken, je weet aan wat het ligt :).

Ik ben dus nu even een donor die op non-actief staat. Op dat cadeautje zal ik dus nog even moeten wachten. Technisch gezien MAG ik nog altijd geven, ik heb immers nog een arm, maar dat zie ik niet echt zitten. Voorlopig komt er geen enkele naald in de buurt van mijn lijf… Dus “Sorry aan het Rode Kruis”, ik ga mijn aders even de rust gunnen die ze een jaar niet hebben gehad. Na 12 keer aanprikken is het een keertje misgelopen en dat heeft me wel lichtjes een deuk in mijn vertrouwen gegeven. Alles kan altijd mislopen, hoe banaal soms ook.

Ik hoop gewoon dat ik over 3 weken weer in staat ben mijn arm te strekken, anders zal ik nog wat langer op non-actief staan, met ziekenhuisbezoekjes tot gevolg. Laten we hopen dat we daar van gespaard blijven.

Van harte

Lien

Boe! Maak kennis met me, myself and I!

BOE! Dit ben ik. Ik is Lien, 22 jaar en woonachtig te Merksem, of Mechelen, dat mag je voorlopig nog kiezen.

Ik zag het levenslicht op 18 oktober 1993, 10 weken vroeger dan gepland. Ja, dat was zowat de enige keer in mijn hele leven dat ik eens veel te vroeg ergens aankwam. Ik groeide op in het Antwerpse bij mijn ouders en zus (24) en broer (17). Ik heb zoveel bezigheden dat ik soms niet weet wat eerst te doen. Om het makkelijk te maken lijst ik ze misschien beter even op hieronder.

Als ik niet één van mijn superleuke bezigheden doe, zit ik waarschijnlijk op school. Ja, want ik ben nog student! Ik ben vorig jaar afgestudeerd in het Office Management, afstudeerrichting Medical Management Assistant. Dat is chique taal voor ‘medisch secretaresse’. Maar ik heb geen 3 jaar gestudeerd om niks meer te doen dan koffie te zetten en de telefoon op te nemen (dat is nu wel heel zwart-wit hoor, vergeef me 🙂 ).
Ik ging dus op zoek naar iets uitdagender. Dat vond ik in Mechelen. Ik ben één van de 25 zotte kinders die begonnen zijn aan de BaNaBa (vervolgopleiding na Bachelor) in de Toegepaste Audiovisuele Communicatie. Kortgezegd: TV!

Al mijn avonturen kan je dus vanaf nu hier volgen. Want ik vond dat mijn facebookpagina begon vol te staan met nonsens, dus ik nu post ik die nonsens maar hier, kwestie van vooral niet stil te blijven zitten.

Om af te sluiten mijn levensleuze: “Het leven is te kort om te discussiëren, dus ik heb altijd gelijk!” 🙂